Hoofdstuk 6 Onthullingen


Nadat Laura en Piet hulp hadden gehaald en Tibor met een brancard naar het hotel vervoerd was, ploften ze neer in hun favoriete zitje op de overloop van de eerste verdieping. Dit was hun favoriete zitje omdat het in een nisje lag. Zo konden ze ongestoord praten en rummikubben. ‘Goh, die Tibor!’, begon Piet. Verder kwam hij echter niet, omdat juist op dat moment een kamermeisje besloot om te gaan stofzuigen. Een oorverdovend lawaai steeg op uit het bejaarde apparaat. Piet wees naar de gang. Verderop was nog een zitje. Maar Laura leek hem niet te zien. Pas toen hij een hand op haar schouder legde, veerde ze op.

Bij het andere zitje aangekomen, begon Piet aan één van zijn beroemde monologen. ‘Ik las laatst in de Consumentengids dat een goede stofzuiger helemaal niet duur hoeft te zijn. Een stofzuiger met sterke zuigkracht produceert veel minder lawaai en is bovendien ook nog eens zuiniger in gebruik. Zeker als je een zakloze neemt. Misschien kun jij het artikel vertalen? Het hotel kan écht betere stofzuigers gebruiken. Laura? Laura?’ Maar Laura had zijn betoog niet gevolgd. Peinzend keek ze voor zich uit. Had ze het nou goed gezien?

Hun favoriete zitje had naast de verdekte ligging nog een groot voordeel. Aan de wand hing een spiegel die als een ouderwets spionnetje werkte. Vanaf het bankje in de nis keek je via de spiegel zo de gang in. En via die spiegel had Laura iets wonderlijks gezien. Het gebeurde in een flits. De elegante Russische Ina leek uit de kamer van Veronique te komen. Razendsnel (sneller dan je van een oude reumatische dame zou verwachten) had ze zich uit de voeten gemaakt. Laura bedacht zich dat ze eigenlijk niets van Ina wist. Vorig jaar had ze haar voor het eerst ontmoet. Een aardige dame, maar afstandelijk. Dat bleef ze zelfs toen ze ontdekte dat Laura Russisch sprak. Eigenaardig.

‘Laura!’ Piet keek haar angstig aan. ‘Sorry, ik was even weggedroomd.’ Laura keek op haar telefoon. Ze had een spraakbericht van Nemo. ‘Ik ga nog even liggen. Over een uurtje heb ik weer therapie. Ik zie je vanavond bij het diner.’ Haastig stond ze op. Piet keek haar verbaasd na. Op haar kamer luisterde Laura naar de stem van Nemo die haar een mop uit de Donald Duck vertelde. Ze sprak een bericht voor hem in en sloot daarna haar ogen.

Toen Laura ’s avonds naar de eetzaal liep voelde ze een vreemde sensatie in haar buik. Dit gevoel werd sterker toen ze in de ondergrondse tunnel Farkas en Kiss tegenkwam. Ze begroetten haar met ernstige gezichten. Kiss hield een plastic zakje vast met daarin een glazen flesje. De eetzaal zag er weer uit als vanouds. Behalve dat er op de plek van Veronique’s tafel enorme plant was neergezet. En dat Tibors stoel leeg was. Piet zat al aan tafel en luisterde met zijn handen onder zijn kin naar een zichtbaar aangedane Bence. De hoofdober zag er vermoeid uit. Zijn gezicht was grijs. Laura ging zitten. ‘Het is verschrikkelijk, verschrikkelijk!’ sputterde Bence. ‘De politie beweert dat Veronique is vermoord! Tijdens mijn feest. En wat nog het ergste is, met iets uit mijn keuken!’ De ober barstte in tranen uit. Haastig pakte Piet een stoel van een andere tafel. Laura schonk een glas water in, dat Bence beverig aanpakte.

Bence vervolgde: ‘Ze zeggen dat Veronique is vergiftigd. Er zat cyanide in haar glas. En ergens in een keukenkastje bleek nog een flesje rattengif met cyanide te staan. Dat gebruiken we al jaren niet meer, maar ik ben er nooit aan toegekomen om het weg te gooien. Ik bedoel, je kunt het niet zomaar door de gootsteen laten lopen. En nu is het te laat.’ Piet probeerde Bence nog een beetje op te vrolijken door te zeggen dat het spul nu in ieder geval veilig zou worden opgeborgen, maar Bence leek het niet te horen.

Hij keek naar het buffet, waar Ina salade opschepte. ‘Wist je dat Veronique vorig jaar een enorme ruzie heeft gehad met Ina?’, fluisterde hij opeens. ‘Volgens mij waren jullie toen al weg. Ik liep ’s avonds laat door de tunnel naar het nieuwe hotel toen ik opeens harde stemmen hoorde. Ina schreeuwde: “Dat heb je over jezelf afgeroepen! Wat voor een moeder ben je, als je je zoon zo in de steek laat!”. Bence zweeg even. Piet en ik wisselden een verbaasde blik. Had Veronique een zoon? En wat wist Ina hiervan? Laura dacht terug aan het incident op de gang. Was Ina de moordenaar?

Reacties

Populaire posts van deze blog

Hoofdstuk 8 Onrustige dromen

Hoofdstuk 9 De reconstructie

Vanaf maandag 20 april elke dag een nieuw hoofdstuk!