Hoofdstuk 8 Onrustige dromen


De volgende dagen verliepen rustig. Laura volgde braaf haar therapieën, wandelde in de omgeving van het hotel en ging elke avond in bad. Maar de dood van Veronique liet haar niet los. ’s Nachts droomde ze over het feest. De opzwepende muziek, lachende mensen, het proosten en dan ineens dat verschrikte gezicht van Veronique. Laura wist dat ze het zich verbeeldde, maar ze kon de gedachte niet van zich afzetten dat in die blik de oplossing van de moord lag. Keek Veronique naar haar moordenaar? Laura probeerde de situatie weer voor zich te zien. Keek ze naar Tibor? Naar Ina? Naar iemand anders?

Na weer een onrustige nacht kreeg Laura een ingeving. Ze zat net aan de ontbijttafel toen ze Farkas zag lopen. Ze sprong op, Piet in verwarring achterlatend. ‘Rechercheur Farkas! Kan ik u even spreken? ‘ Farkas draaide zich om. Zijn wolfachtig gezicht zag er vermoeid uit. Het was het gezicht van iemand die besefte dat hij bezig was aan een verloren zaak. Hij knikte Laura toe. ‘Natuurlijk.’ Ze namen plaats op de bank in de lobby.

Laura haalde adem. ‘Ik heb u verteld dat ik naar Veronique keek vlak voor ze stierf. Haar blik zal ik nooit vergeten. Maar nu blijft er door mijn hoofd spoken dat ik nog iets gezien heb. Ik probeer het me te herinneren, maar het lukt niet. Nu dacht ik, kunnen we geen reconstructie van de avond maken? Misschien schiet het me dan weer te binnen.’ Farkas zuchtte. ‘Tja, ik zou graag zeggen dat ik zojuist op weg was naar de arrestatie van de moordenaar, maar dat is helaas niet het geval. Ik kan elke hulp gebruiken op dit moment. Misschien moeten we het maar doen.’

Met die woorden stond Farkas op en beende weg. Laura zag dat zijn blik minder vermoeid was. Ze liep terug naar de ontbijttafel. Piet was al verdwenen. Er lag een briefje: Ben zwemmen. Tot zo! Laura at vlug haar yoghurt op en haastte zich naar het zwembad. Daar trof ze Piet in zijn eentje aan in het bubbelbad. ‘Morgen gaan we de moord van Veronique reconstrueren’, zei ze. Piet veerde op. ‘Is er nieuws?’ Laura aarzelde even, maar bedacht zich dat Piet haar zou kunnen helpen haar gedachten op een rijtje te krijgen. 

Ze vertelde Piet het verhaal van Ina. Het nieuws dat Tibor de zoon van Veronique was, had een andere uitwerking op Piet dan gedacht. Hij reageerde niet geschokt, maar verzonk in gedachten. ‘Aha, dat verklaart wel wat’, zei hij na een poosje. ‘Herinner je dat verhaal van Annemiek nog? Dat haar zus Veronique herkende als de oplichter Janny uit de jaren negentig? En hoe oud is Tibor? Eind twintig?’

Piet ging rechtop zitten. ‘Veronique importeerde waarschijnlijk eerst echt wijn vanuit Hongarije. Maar na de geboorte van Tibor kon of wilde ze niet meer terug naar Hongarije. Ze had natuurlijk wel geld nodig. En toen is ze restaurants gaan flessen. En toen dat uitkwam, heeft ze Janny ‘vermoord’ en is ze als Veronique uit de as herrezen. De vraag blijft waarom ze Tibor en Joszéf in de steek heeft gelaten. Ze had toch met hem kunnen trouwen?’

Laura keek Piet aan. ‘Misschien was ze al getrouwd. Veronique woonde zowel in Hongarije als in Nederland. Misschien had ze ook een Nederlandse man.’ Piet barstte opeens in onbedaarlijk lachen uit. ‘Over de doden niets dan goeds, maar wat was Veronique toch een wijf! Een spoor van vernieling heeft ze achtergelaten! Kom, we gaan nog even baantjes trekken.’

’s Avonds bij het diner leek Bence eindelijk weer zijn eigen flair te hebben teruggevonden. Hij zweefde als vanouds van gast naar gast. ‘Ha Laura, ha Piet! Fijn om jullie te zien.’ Piet zei flemend: ‘Ben je weer een beetje de oude, Bence?’ Bence lachte. De politie heeft me een belangrijke opdracht gegeven. Morgenochtend moet ik ervoor zorgen dat het er hier weer net zo uitziet als op de feestavond. Elk detail is belangrijk. De tafels, de glazen, de opstelling van de muzikanten. Ik ben vooral blij dat ik de glazen nog eens kan uitreiken. En dit keer mogen jullie ze echt houden. De politie heeft ze allemaal onderzocht en grondig gereinigd, dus maak je maar geen zorgen. Morgen vallen er geen doden.’ Bence stootte een korte lach uit. Daarna keek hij weer serieus. ‘Sorry, ik mag geen grapjes maken over deze serieuze zaak. Ik neem het uiterst hoog op. Alles zal precies hetzelfde zijn.’

De zigeunerband nam even pauze. ‘Ah, excuseer me’, zei Bence. ‘Ik moet Sandor vragen of hij mij morgen ook weer wil assisteren bij het inschenken van de Kir Royale. Laura keek Bence vragend aan. ‘Wie is Sandor?’ Bence zei handenwrijvend: ‘Dat is onze jonge talentvolle violist. Eigenlijk heet hij Sander, met een e. Maar dat is natuurlijk geen naam voor een Hongaar.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Hoofdstuk 9 De reconstructie

Vanaf maandag 20 april elke dag een nieuw hoofdstuk!